Het verhaal 'achter' Central

Het begin Van het perceel aan de Markt, waar tegenwoordig ""Grand Café Central"" is gevestigd, weten we van geschreven bronnen uit het Streekarchief Hollands Midden, dat er al vanaf 1463 bebouwing stond. Dit gegeven werd in 1992 in de praktijk zichtbaar.
Toen vond namelijk een uitgebreide renovatie van de voorzaal plaats, waarbij onder meer een restant van een middeleeuws houtskelet tevoorschijn kwam, daterend uit de tweede helft van de zestiende eeuw.
Op welk moment er voor het eerst een café werd gevestigd op het perceel aan de markt is onbekend. Ook de namen waarmee het pand in de loop der tijd werd aangeduid, “ ’t Vergulde Schaeck” en “De Vergulde Cop” zeggen hier niet veel over. In ieder geval werd rond de laatste eeuwwisseling op deze plaats "Grand Café Central" gevestigd. In de jaren twintig werd een deel van het pand grootscheeps gemoderniseerd. Bij die gelegenheid werd de voorgevel vervangen door de huidige gevel ( wat later is veranderd vanwege een hevige storm in 1934, die de gevel zwaar heeft beschadigd ) en werd aan de achterzijde in het jaar 1924 een feestzaal opgetrokken genaamd "de Salon".

 

 

De feestzaal in Art-Deco stijl

 

De toenmalige eigenaar Louis de Groot moet een vooruitstrevende man zijn geweest. Bij de inrichting van de feestzaal aan de achterzijde van zijn pand aan de Markt, koos hij voor de in die tijd populaire maar exclusieve Art-Deco stijl.
In 1923 gaf hij aan de Rotterdamse kunstenaar Pieter den Besten opdracht deze zaal ( de Salon ) geheel in Art-Deco stijl te decoreren. Voor de kunstenaars die in deze stijl werkten vormde de “totaalkunst” het ideaal. Dat wil zeggen dat zoveel mogelijk delen van een gebouw (zowel in- als uitwendig) op elkaar werden afgestemd in deze stijl. Ook in de Goudse feestzaal is dit ideaal nagestreefd. De vensters en de lichtkoepel in het midden werden in glas-in-lood uitgevoerd, de wandverlichting en het parket waren stijlgetrouw vervaardigd en het hoogtepunt vormde de muur en plafondschilderingen ( olieverf op linnen ).

 

 

Pieter den Besten
Voor de inrichting en de muur- en plafondschilderingen schakelde De Groot ´zoals gezegd´ de kunstenaar Pieter den Besten in. Den Besten was in die tijd een beroemd decorateur. Vanaf circa 1915 werkte hij veelvuldig voor de Rotterdamse bioscoophouder Abraham Tuschinski.
In 1915 decoreerde hij in diens opdracht samen met de kunstenaar Jaap Gidding het Thaliatheater aan de Rotterdamse Hoogstraat en in 1921 werd het zowel in- als uitwendig zeer bijzonder vormgegeven Theater Tucshinski te Amsterdam geopend. Eind 1923 werden Gidding en Den Besten door Tuschinski aangetrokken voor de inrichting van het Grand Theatre Pompenburg aan de pompenburgsingel te Rotterdam.

 

Het Rotterdams Nieuwsblad van 21 december 1923 meldt over het laatste: “de heeren Jaap Gidding en den Besten zijn met het kiezen der kleuren overal zeer gelukkig geweest. Overvloedig, bont, maar nergens fel en hinderlijk. Overal warm, stemmig en rustig”.
Voor Abraham Tuschinski, zelf een Poolse vluchteling die aanvankelijk in Rotterdam was begonnen als kleermaker, bestonden geen rangen en standen. En hij vond dat iedereen die een avond uit was, op alle fronten moest kunnen genieten. In zijn theater zat men in luxe crapaups en fauteuils. Er was centrale verwarming en er waren tochtdeuren. Zelf de in die tijd nog ongebruikelijke scheiding tussen de dames en herentoiletten liet hij aansluiten bij de luxueuze sfeer. Het werk van Gidding en Den Besten werd dan ook in de loop der jaren steeds uitbundiger en overvloediger. Het Thaliatheater was nog in de Jugendstil vormgegeven, maar als men Theater Tuschinski in Amsterdam bekijkt, dan is duidelijk wat Abraham Tuschinski eigelijk voor ogen stond, namelijk Art-Deco.

 

Helaas zijn het Thaliatheater en het Grand Theatre Pompenburg er niet meer. Van Pieter den Besten zijn voor zover bekend alleen nog de schilderingen in Tuschinski (Amsterdam) en "Grand Café Central" (Gouda) bewaard gebleven. Deze schilderingen verschillen qua karakter nogal van elkaar. Die in Tuschinski moesten zoals gezegd een uitbundige sfeer oproepen.
De ruimte in "Grand Café Central" was veel kleiner en had bovendien een andere functie. Toch heeft Den Besten er een prachtig geheel van gemaakt. De schilderingen zijn aangebracht tegen een oranje achtergrond. Elke wand werd met behulp van gestileerde lijnen en blokmotieven in rood, geel en groen in een aantal vakken ingedeeld. Per vak is een dame (in totaal 16) met zwart, rood of blond haar en met een vlakmatig aangegeven weelderig gewaad afgebeeld. De gewaden zijn in verschillende tinten groen, bruin, geel en rood geschilderd.
Het eerder weergegeven citaat uit het Rotterdams Nieuwsblad over het Grand Theatre Pompenburg is ook op de Goudse cafézaal van toepassing. De kleurkeuze is zeer afgewogen en er is een warme ruimte onstaan.

 

Het einde of een nieuw begin?
Eind jaren dertig heeft men, gezien vanuit het café, vanaf de voorzijde in de rechter wand van de feestzaal een extra venster met glas-in-lood geplaatst. Hierdoor kwamen twee afbeeldingen te vervallen en een derde werd versneden en verder naar achteren geplaatst. Na de oorlog werden dit soort beschilderingen als ouderwets beschouwd. De toenmalige eigenaar liet de feestzaal in 1953 moderniseren. Daarbij werden de wanden opnieuw behangen en tegen het plafond werd vinyl aangebracht.

 

 

Tijdens de voorbereidingen van een opknapbeurt van de achterzaal in 1992 kwamen de Art-Deco beschilderingen weer ( deels ) aan het licht, achter de toenmalige wandbekleding.
Ze bleken in redelijke staat te verkeren en de huidige eigenaar, de kleinzoon van de oorspronkelijke opdrachtgever, besloot de zaal in oude luister te herstellen.
De schilderingen werden in zijn opdracht, door het Nederlands Adviesbureau Monumentenzorg, Kunst en architectuur, in overleg met de afdeling SVM (gemeente Gouda) en Rijksdienst voor de Monumentenzorg gerestaureerd. Daarbij heeft men zich beperkt tot het schoonmaken en conserveren van de beschilderingen.
De noodzakelijke werkzaamheden werden in augustus 1993 afgerond en Gouda kan nu bogen op een unieke Art-Deco zaal, die zich vrijwel geheel in authentieke staat bevindt. Deze zaal is sinds 2000 een erkend rijksmonument.